Proefschrift
Het onderzoek concludeert na een vergelijkende lezing van hun analyses dat beide methodes op waardevolle details in het boek Jozua wijzen en zo bijdragen aan de uitleg van dit boek. Ze blijken echter allebei wel heel erg te worden bepaald door de versie van het boek Jozua die ze onderzoeken. Uiteindelijk blijkt ook dat Aulds lezing te weinig grammaticale basis heeft. En dat Winther-Nielsen te weinig oog heeft voor wat een dialoog met andere dan de Hebreeuwse tekst hem zou kunnen vertellen.
Het onderzoek toont aan dat predikanten enige baat zouden kunnen hebben bij het gebruik van beide methodes. Dat doen ze waarschijnlijk niet, omdat het te veel tijd kost en de methodes tamelijk ingewikkeld zijn om toe te passen. De voorganger kan voor een exegese van Jozua 5-6 dan wel gebruik maken van de studie van Den Braber, want zij zet voor deze hoofdstukken op een rij wat de winst van beide methodes is.
Met deze ’stenen’ kan de predikant dan bouwen aan het ‘huis’ van de bijbeluitleg.
U kunt hier een Nederlandse samenvatting lezen en hier een Engelse samenvatting
Hier vindt u het interview met Marieke dat 3 april in het Reformatorisch Dagblad verscheen.
Wilt u het boek bestellen (€ 17,50 excl. verzendkosten)? Kijk dan op de site van 2VM onder ‘Amsterdamse Cahiers’.
Klik op het plaatje hieronder voor een grote versie van de omslag van het boek.
